Nieuws • Redactie Kamerik Vandaag

 

Interview met Frans de Graaff:  “De natuur is er voor iedereen”

Door Els Kwakkenbos

Wie Frans de Graaff uit Kamerik kent, weet dat hij het liefst buiten is. De natuur is zijn werkterrein, maar ook zijn grootste passie. Al jarenlang werkt hij bij Staatsbosbeheer, waar hij zich inzet voor het beheer van natuurgebieden én voor een onderwerp dat hem persoonlijk na aan het hart ligt: de toegankelijkheid van de natuur voor ouderen en mensen met een beperking. Door zijn eigen ervaringen weet hij als geen ander hoe belangrijk het is dat iedereen van de natuur kan genieten.

Staatsbosbeheer of Natuurmonumenten?

Veel mensen halen Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten door elkaar. Frans legt graag uit wat het verschil is.

 “Staatsbosbeheer is een semi-overheidsorganisatie die natuur beheert namens de overheid. We beheren zo’n 270.000 hectare natuur in Nederland. Natuurmonumenten is een vereniging die leeft van leden en donateurs zoals de postcodeloterij. Daarnaast heb je in iedere provincie ook nog organisaties zoals het Utrechts Landschap en Zuid-Hollands Landschap. De meeste provincies hebben ook recreatieschappen. Staatsbosbeheer beheert de natuur- en recreatiegebieden voor een aantal recreatieschappen in Utrecht en Zuid-Holland. Uiteindelijk werken we allemaal aan hetzelfde doel: het beschermen en ontwikkelen van natuur.”

Hoewel iedere organisatie haar eigen gebieden beheert, wordt er veel samengewerkt. Zo worden gezamenlijke projecten opgezet op het gebied van natuurbeheer, recreatie en toegankelijkheid.

Een persoonlijke missie

Voor Frans is toegankelijkheid veel meer dan een onderdeel van zijn werk. Door zijn eigen lichamelijke beperking weet hij hoeveel drempels mensen kunnen tegenkomen wanneer zij een natuurgebied willen bezoeken.

“Er zijn ruim 1,4 miljoen Nederlanders met een beperking. Daarnaast worden we met elkaar steeds ouder. Ook deze mensen willen kunnen wandelen, vogels kijken of gewoon even buiten zijn.”

Binnen Staatsbosbeheer houdt hij zich daarom bezig met het verbeteren van de toegankelijkheid van natuurgebieden. Dat lijkt soms eenvoudig, maar in de praktijk komt er veel bij kijken.

“Een bankje waar je met een rolstoel niet bij kunt, heeft eigenlijk weinig waarde. Dan moet er een pad naartoe worden aangelegd. De speeltoestellen dienen ook inclusief te zijn. Zo komen er rubbermatten onder een nestschommel die voor valdemping zorgt en gelijk voor de toegankelijkheid van kinderen in een rolstoel.  Er moeten gehandicaptenparkeerplaatsen komen, informatie moet goed vindbaar zijn en routes moeten geschikt zijn voor iedereen.”

Zelf gaat Frans regelmatig met zijn scootmobiel de natuur in om te ervaren waar de knelpunten liggen.

“Ik ben weleens vast komen te zitten of zelfs omgevallen. Dan merk je meteen hoe belangrijk goede paden zijn. Gelukkig zijn er vaak mensen die helpen, maar liever voorkom je zulke situaties.”

Volgens Frans hoeft toegankelijkheid niet altijd miljoenen te kosten. Soms zijn relatief kleine ingrepen al voldoende. “Een parkeerplaats aanpassen, een bankje verplaatsen of een klein stukje pad aanleggen kan al veel verschil maken.”

Toch is geld vaak de beperkende factor. Voor recreatieve voorzieningen is het beschikbare budget beperkt.

“Voor Utrecht-West was er dit jaar ongeveer 10.000 euro beschikbaar voor toegankelijkheidsmaatregelen. Dat lijkt veel, maar daarmee kun je eigenlijk maar heel weinig doen.”

In het Leersumse Veld is een algemene gehandicapten route aangelegd genaamd “natuur zonder drempels” met behulp van sponsoring en samenwerking met de Rotaryclub en bedrijven.

Hoe werkt natuurbeheer?

Tijdens het gesprek vertelt Frans enthousiast hoe natuurbeheer eigenlijk georganiseerd is.

Iedere provincie heeft een eigen beheereenheid met verschillende boswachters. Sommigen houden zich bezig met ecologie en natuurontwikkeling, anderen met beheer en onderhoud, terwijl de boswachters publiek zorgen voor recreatie, excursies, communicatie en educatie.

Veel werkzaamheden worden uitgevoerd door aannemers, maar de plannen worden gemaakt door de medewerkers van Staatsbosbeheer.

Wanneer landbouwgrond wordt omgevormd tot natuurgebied, begint vaak een langdurig traject. De grond wordt verschraald, waterhuishouding aangepast en nieuwe wandelpaden worden aangelegd. Pas daarna nemen de beheerders het gebied over.

“Hoe groter de biodiversiteit uiteindelijk wordt, hoe waardevoller zo’n gebied is.”

Kamerik en de natuur

Ook over zijn eigen woonomgeving heeft Frans duidelijke ideeën. Hij vindt dat Kamerik prachtig ligt, midden in de polder, maar ziet tegelijkertijd mogelijkheden om de recreatie te verbeteren.

“Eigenlijk wonen we tussen de natuur, maar naast de klompenpaden zijn er niet zoveel wandelroutes.” De bestaande klompenpaden zijn prachtig, maar niet geschikt voor iedereen.

“Voor mensen met een rolstoel, rollator of gewoon slechte knieën zijn die paden vaak moeilijk begaanbaar.”

Hij ziet mogelijkheden om bestaande routes beter toegankelijk te maken en moderne technieken te gebruiken, zoals QR-codes en GPX-bestanden waarmee bezoekers eenvoudig een wandeling kunnen downloaden.

De Weteringloop

Veel Kamerikkers kennen Frans ook vanwege de Weteringloop. Minder bekend is dat hij één van de mensen is die het evenement nieuw leven heeft ingeblazen.

Toen hij in 2000 na een moeilijke periode in het ziekenhuis lag, besloot hij dat hij zich meer wilde inzetten voor de samenleving.

''Ik dacht: als ik hier doorheen kom, wil ik iets terugdoen.”

Na een artikel in een blad werd samen met Jan Luidens de Weteringloop opnieuw georganiseerd. De eerste editie was meteen een groot succes, met honderden deelnemers en opbrengsten voor goede doelen zoals het Liliane Fonds en lokale initiatieven.

Het plan is om komend jaar op zaterdag 17 april, gezamenlijk met de Weteringloop, ook een wandelevent te organiseren. De routes dienen ook op grote lijnen uitgezet worden. Er worden ook GPX bestanden van de wandelroutes gemaakt zodat deze routes daarna ook gelopen worden.

Een leven in de natuur

Dat Frans uiteindelijk bij Staatsbosbeheer terechtkwam, was geen toeval. Oorspronkelijk werkte hij in de automatisering, maar hij wilde liever buiten werken.

 “Ik wilde niet achter een bureau oud worden. Boswachter worden leek me het mooiste beroep dat er was.”

Door gezondheidsproblemen liep zijn leven anders dan gepland. Hij heeft chronische zenuwpijn en kan daarom niet fulltime werken. Toch is hij dankbaar dat hij nog steeds een betaalde baan heeft.

“Ik werk twaalf uur per week, verdeeld over drie dagen, op locatie in de Molenpolder en soms in Leersum. Dat geeft structuur en vooral veel voldoening.”

Altijd in beweging

Stilzitten is niets voor Frans. Naast zijn werk fietst hij veel en zwemt hij regelmatig. Ook zingen heeft een bijzondere plek gekregen in zijn leven.

Na enkele jaren bij een koor ontdekte hij stembevrijding: een vorm van zingen waarbij niet prestatie, maar ontspanning centraal staat.

“Dat is ontzettend bevrijdend. Je mag gewoon zijn wie je bent.”

Vrijwilligerswerk

Ook buiten zijn werk zet Frans zich in voor anderen. Als vrijwilliger bij Stichting Thuishuis Woerden helpt bij “automaatje” mee om ouderen en mensen met een beperking te vervoeren. Deze organisatie organiseert daarnaast ontmoetingen met b.v. de Thuisbus, Thuishuis-café waar er koffie/ thee gedronken wordt en spelletjes gedaan worden, varen en andere sociale activiteiten zie https://thuishuiswoerden.nl/ Ze kunnen nog chauffeurs gebruiken.

Hij ziet hoe belangrijk het is dat mensen actief blijven.

“Veel ouderen blijven thuis omdat ze de stap naar buiten moeilijk vinden. Terwijl een middag samen op pad gaan of een kop koffiedrinken al zoveel verschil kan maken.”

Volgens Frans is het belangrijk dat mensen naar elkaar blijven omkijken.

Dromen voor de toekomst

Hoewel hij over een paar jaar met pensioen gaat, is Frans niet van plan stil te zitten. Hij hoopt zich als vrijwilliger te blijven inzetten voor Staatsbosbeheer en voor de toegankelijkheid van de natuur.

Daarnaast droomt hij van gezamenlijke projecten zoals een pluktuin en toegankelijke wandelroutes in en rond Kamerik.

“De natuur is er voor iedereen. Het zou mooi zijn als iedereen, ongeacht leeftijd of beperking, daarvan kan genieten.”

Wie Frans hoort vertellen, merkt dat zijn enthousiasme aanstekelijk werkt. Hij praat met liefde over vogels, wandelpaden, natuurontwikkeling en de polder rond Kamerik. Maar uiteindelijk draait het voor hem niet alleen om bomen, planten of dieren.

Het gaat vooral om mensen. Om ervoor te zorgen dat iedereen naar buiten kan, de rust van de natuur kan ervaren en zich welkom voelt. Dat maakt Frans de Graaff niet alleen een betrokken medewerker van Staatsbosbeheer, maar ook een echte ambassadeur van de natuur én van zijn eigen dorp.

 

 

 

 

 

 
Interview met Frans de Graaff:  “De natuur is er voor iedereen”